zaterdag 21 november 2015

Is het vandaag of gistren

DAGGEDICHT – M. Vasalis (1909-1998) – Is het vandaag of gistren…

(David Hockney: 'Mum')(David Hockney: 'Mum')

Is het vandaag of gistren, vraagt mijn moeder,
bladstil, gewichtloos drijvend op haar witte bed.
Altijd vandaag, zeg ik. Ze glimlacht vaag
en zegt: zijn we in Roden of Den Haag ?
Wat later: kindje ik word veel te oud.
Ik troost haar, dierbare sneeuwwitte astronaut
zo ver al van de aarde weggedreven,
zo moedig uitgestapt en in de ruimte zwevend
zonder bestek en her en der.
Zij zoekt - het is een s.o.s. -
haar herkomst en haar zijn als kind
en niemand niemand, die haar vindt
zoals zij was. Haar franse les
herhaalt zij: van haar 8e jaar:
'bijou, chou, croup, trou, clou, pou, òu,
die eerste juffrouw, weet je wel
die valse ouwe mademoiselle
hoe heet ze nou. Ik ben zo moe.'

Had ik je maar als kind gekend,
die nu mijn moeder bent.

dinsdag 31 maart 2015

Egidius van Jan Eijkelboom

Egidius
Ik zag je nooit, de laatste jaren.
Jij was in wetenschap verdiept,
het kunst- en vliegwerk dat je schiep,...
en ik in kranten en in jonge klare.
Toch was je bij mij als ik riep,
en soms vanzelf. Niet te bedaren
was ons plezier wanneer de zware
ernst van anderen werd uitgesliept.
Maar nu je dood bent mis ik je, altijd.
Misschien omdat de mooglijkheid
je ooit terug te zien ontbreekt.
Misschien omdat ik ‘s nachts soms weet
dat je jezelf niet had vermoord
als ik je angst had aangehoord.

vrijdag 30 januari 2015

Juryrapport Gooise Poezie vertaalwedstrijd 2015


Juryrapport Poëzievertaalwedstrijd editie 2015

U, de inzenders van een vertaling in deze wedstrijd, heeft kennis genomen van de beoordelingscriteria doe de jury zou gaan hanteren; die criteria hoef ik hier niet te herhalen. De jury heeft de inzendingen getoetst aan deze criteria. Daarnaast kwamen bij het lezen van de inzendingen een aantal wat ik zou willen noemen “aandachtspunten” naar boven, uitdrukkingen of zinsconstructies waar sommige inzenders moeite mee hadden of, zo moesten we helaas constateren, de mist ingingen, ernaast zaten en dus fout vertaalden. Om wille van de tijd zal ik hier niet al die aandachtspunten noemen, een bloemlezing moet volstaan.

Het gedicht heeft ook nu weer een titel, Song. Alle inzenders, op twee na, hebben mijn waarschuwing van voorgaande jaren dat de titel deel uitmaakt van het gedicht en dus ook vertaald moet worden, ter harte genomen. Tot degenen die de titel vergeten waren, zou ik willen zeggen “jammer!” De meeste inzenders kozen voor de vertaling ‘lied’, maar het is geen ‘gezang’ of ‘lofzang’.

Er waren maar weinig echt moeilijke woorden in het gedicht. De field bee van regel 2 werd in de meeste gevallen een ‘veldbij’, maar volgens de Dikke Van Dale bestaat die niet in het Nederlands. Het gaat om een bij die zijn cel verlaat om honing te zoeken, en dat beestje noemen we een ‘werkbij’ of ‘honingbij’. Wat ook veel voorkwam was ‘wilde bij’, alsof er ook tamme bijen zijn.

Het gedicht heeft rijm, wat we noemen “omarmend rijm”, waarbij de eerste en vierde regel van elke strofe rijmen en als het ware de twee tussenliggende regels die met elkaar rijmen ‘omarmen’, schematisch uitgedrukt a-b-b-a. Hoewel dit rijmschema in de vertaling moeilijk te realiseren is, zijn een groot aantal inzenders daarin geslaagd. Eventueel kies je voor een ander rijmschema, als je dat beter uitkomt, maar wat beslist niet kan is dat je in de eerste drie strofen drie verschillende rijmschema’s hanteert, om te eindigen met helemaal geen rijn in de vierde strofe.

Het gebruik van rijm leidde in enkele gevallen ook tot rijmdwang, een van de beoordelingscriteria van de jury, waarmee bedoeld wordt “het gebruik van een woord om wille van het rijm, zonder dat dat woord in het origineel voorkomt.” Zo gaf ‘winter-cel’ vaak aanleiding tot het rijmwoord ‘vel’, maar heeft een bij wel een vel? Andere vreemde rijmwoorden waren ‘katapult’ (als rijm voor ‘ongeduld’); ‘diamant’ en ‘regenbogen’ voegen een extra-beeldspraak toe die er in het origineel niet is.

Er zitten twee belangrijke herhalingen in het gedicht, en volgens een van de beoordelingscriteris, moeten dergelijke herhalingen in de vertaling gehandhaafd blijven, of (en dat kan ook) door een soortgelijke herhaling vervangen worden. Tot driemaal toe begint de dichter een strofe met hetzelfde woord, love. Derhalve een sleutelwoord in het gedicht, en dan ligt het voor de hand dat in de vertaling die drie strofen ook met dat woord beginnen. De jury heeft helaas moeten constateren dat dit maar weinige inzenders gelukt was. Maar er is meer.

De dichter begint strofe 1 en strofe 2 op identieke wijze: Love has crept into her sealed heart (reg.1) en Love has crept into her summery eyes (reg.4), terwijl reg.13 daar een variant op is, na tussenkomst van de bij in strofe 3. Ik ga hier nu niet interpreteren, maar de herhaling van heet begin van regels 1 en 4 moet ook in de vertaling behouden blijven, en maar al te vaak werd daarvan afgeweken, meestal om wille van het rijm.

Tenslotte, het woord love zelf. Vertalen we ‘liefde’ of ‘de liefde’? Naar het oordeel van de jury is het lidwoord hier in het Nederlands onontbeerlijk, maar helaas ontbreekt de tijd om dit te beargumenteren.

De jury heeft besloten drie prijzen toe te kennen, een eerste, een tweede en een derde prijs. Maar eigenlijk verdienen alle inzenders een prijs, omdat zij het hebben aangedurfd dit toch niet gemakkelijke gedicht te vertalen en dan ook nog die vertaling hebben durven insturen. Proficiat, inzenders.

Zo aanstonds hoort u wie van de inzenders de prijzen in de wacht gesleept hebben. De wethouder zal hun namen bekend maken (ik ken ze nog steeds niet) en de prijzen uitreiken. Maaar ik wil nu alvast iets zeggen over de bekroonde inzendingen.

Geen van de inzendingen was geheel foutloos, ook die van de winnaars niet. De derde prijs gaat naar de inzender die in haar of zijn vertaling het rijmschema wist te handhaven zonder dat er van rijmdwang sprake was (we namen maar even het ‘vel’ van de bij voor lief), haar of zijn vertaling leest makkelijk, en leest als een echt gedicht.

De tweede prijs gaat naar de inzender die in haar of zijn vertaling, net als de derde-prijswinnaar, het rijmschema en de herhaling van love behouden heeft, het heeft over een ‘werkbij’ in plaats van ‘veldbij’, maar door een mindere laatste strofe de eerste prijs moet laten inzender nr 6. De jury was unaniem van mening dat deze inzending de eerste prijs verdient, met een prachtige en poëtisch zeer verwantwoorde slotstrofe, maar ook met handhaving van het moeilijke rijmschema en de herhaling van love, ‘de liefde’; de ‘werkbij’ is en blijft het hele gedicht door het vehikel van de liefde van de ik-persoon. Oordeelt u straks zelf maar als de winnaar of winnares de vertaling voorleest.

Dan vraag ik nu de wethouder de prijzen uit te reiken en na de prijsuitreiking mogen de winnaars en/of winnaressen hun vertaling voorlezen.

28 januari 2015
 
Het originele gedicht van D.H. Lawrence uit 1914

Song

Love has crept into her sealed heart
As a field bee, black and amber,
Breaks from the winter cell, to clamber
Up the warm grass where the sunbeams start.

Love has crept into her summer eyes,
And a glint of colored Sunshine brings
Such as his along the folded wings
Of the bee before he flies.

But I with my ruffling, impatient breath
Have loosened the wings of the wild young sprite;
He has opened them out in a reeling flight,
And down her words he hasteneth.

Love flies delighted in her voice:
The hum of his glittering, drunken wings
Sets quivering with music the little things
That she says, and her simple words rejoice.
 
 



 







 


 
 



 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

donderdag 8 januari 2015

Een volk dat voor tirannen zwicht

Allen, die hier tesamen zijn,
de levenden, de doden,
de handbreed, die ons scheidt, is klein,
wij zijn tesamen ontboden voor het gericht ...

Gedenk de liefste, die hier ligt,
de broeder, vrind of vader,
maar gun Uw ogen wijder zicht,
aanzie het land en alle mens tegader,
hoor dit bericht:

Wij staan tesaam voor het gericht
voor goed of kwaad te kiezen,
een volk dat voor tirannen zwicht,
zal meer dan lijf en goed verliezen,
dan dooft het licht.

(Hendrik Mattheus van Randwijk, 1906-1966,
dichter, prozaschrijver, verzetsheld, journalist)

zaterdag 20 december 2014

Er is een grote norse neger

er is een grote norse neger in mij neergedaald
die van binnen dingen doet die niemand ziet
ook ik niet want donker is het daar en zwart

maar ik weet zeker hij bestudeert er
aard en struktuur van heel mijn blanke almacht

hij morrelt eerst aan halfvermolmde kasten
dan voel ik splinters schieten door mijn schouder
nu leest hij oude formulieren dit is het lastigst
te veel slaven trok ik af van de belasting


Lucebert

zondag 12 oktober 2014

Een streep

Ik trok een streep:
tot hier,
nooit ga ik verder dan tot hier.

Toen ik verderging
trok ik een nieuwe streep,
en nog een streep.

De zon scheen
overal zag ik mensen,
haastig en ernstig
en iedereen trok een streep
iedereen ging verder.

Toon Tellegen uit: Gedichten 1977-1999

zaterdag 23 augustus 2014

Langzaam

Langzaam opent zich het inzicht
dat een werkelijk vers iets levends
is, van stonden aan een wonder.

Langzaam opent zich het inzicht
dat het licht van binnenin is
wat die wisseling geeft van tinten.

Langzaam opent zich het inzicht
dat geen mensenkind kan weten ...

waar de herkomst van het vers ligt.
Ida Gerhardt

vrijdag 1 augustus 2014

Oktober

Teder en jong, als werd het voorjaar
maar lichter nog, want zonder vruchtbegin,
met dunne mist tussen de gele bladeren
zet stil het herfstgetijde in.

 

Ik voel alleen, dat ik bemin,
zoals een kind, iets jongs, iets ouds,
eind of begin? Iets zo vertrouwds
en zo van alle strijd ontheven -
niet als een einde van het leven,
maar als de lente van de dood.

 



De kruinen ijl, de stammen bloot
en dit door stilte en mist omgeven. 

Dit gedicht is van Vasalis: “Het klinkt een beetje treurig. Maar het pas zo mooi, dat ik er blij van wordt.”

dinsdag 4 maart 2014

Leo Vroman is dood

Tijdens zijn leven heb ik weinig gedichten van hem gelezen. Ik was dus geen liefhebber. Maar sinds ik Judith Herzberg bij Boeken hoorde uitleggen waar het om gaat, ben ik begonnen.

De Twee gedachten

Een denker dacht met zacht misbaar
twee gedachten bij elkaar.

Daar zij niet naar buiten kwamen
had hij zelf voor hen geen namen.

Wij noemen ze dus Ploot en Fuit
(zo zagen zij er namelijk uit)…

Fuit was zestig angström groot
maar magerder dan kromme Ploot.

Het viel niet op hoe overdag
de een over de ander lag

maar in de stilte van de nacht
lagen zij languitgedacht

en zo verward als mensenhaar
vochten zij dan met elkaar

zodat de denker mompels maakte
en met een pijn in ’t hoofd ontwaakte.

Dus stonden altijd naast zijn bed:
a) glas water b) tablet.


Hij goot en kruimde deze dingen
dan door het hoofd het lichaam binnen

en spoedig lagen Ploot en Fuit en
ook anderen het westen buiten.

Later hadden ze dan spijt
van hun tegenstrijdigheid.

'Waarom denkt’ riep dan het paar
‘hij ons altijd bij elkaar?

Als hij ons om beurten dacht
wou ‘k wel om de andere nacht
opnieuw bedacht.’

Toen kreeg de denker een idee:
Hij dacht om beurten aan de 2.

Nu slaapt hij altijd in op tijd
en door tot uren na het ontbijt.

m o r a a l

op enkele dagen van het jaar
is bijna alles wel eens waar.

-----------------------------------
uit: Fabels. Met prenten van Peter Vos.
Amsterdam, Querido, 1962.

zaterdag 1 februari 2014

Gooise Poezie vertaalwedstrijd 2014


CONVERSATION van Louis MacNeice 

Ordinary people are peculiar too:

Watch the vagrant in the eyes

Who sneaks away while they are talking with you

Into some black wood behind the skull,

Following un-, or other, realities,

Fishing for shadows in a pool.

But sometimes the vagrant comes the other way

Out of their eyes and into yours

Having mistaken you perhaps for yesterday

Or for tomorrow night, a wood in which

He may pick up among the pine-needles and burrs

The lost purse, the dropped stitch.

Vagrancy however is forbidden; ordinary men

 

Soon come back to normal, look you straight

In the eyes as if to say ‘It will not happen again’,

Put up a barrage of common sense to baulk

Intimacy but by mistake interpolate
Swear-words like roses in their talk.

 
De winnende vertaling en het juryrapport  staan op de website van de bibliotheek.
 
 

donderdag 20 juni 2013

Zo meen ik dat ook jij bent

Van Jan Hanlo kende ik tot voor kort alleen Ote Ote Boe. Toen ik nog voor de klas stond, las ik dit gedicht regelmatig voor om de kinderen te laten weten hoe leuk poëzie kan zijn. Ik liet ze het nazeggen. Erg subtiel ging het niet. Zondag kreeg ik een bundel Verzamelde gedichten van 1945 tot bijna Nu. Daar stond dit prachtige gedicht in van Jan Hanlo dat me erg aan de poezie van Judith Herzberg doet denken.

Zo meen ik dat ook jij bent

 

zoals de koelte 's nachts langs lelies
en langs rozen
als wit koraal en parels diep in zee
zoals wat schoon is rustig schuilt
maar straalt wanneer ik schouwen wil
zo meen ik dat ook jij bent

als melk
als leem
en 't bleke rood van vaal gesteent
of porselein
zoals wat ver is en gering
lang vergeten voor het oud is

zoals een waskaars en een koekoek
en een oud boek en een glimlach
en wat onverwacht en zacht is en het eerste
en wat schuchter is en verlangend en vrijgevig
gaaf maar broos is
zo meen ik dat ook jij bent



uit: Gedichten, Amsterdam 1958

zondag 19 mei 2013

AU


Au

Zou dat er zijn, een wet
tot het behoud van pijn?
Zodat, als wij hem hier bestrijden
iemand, ergens, pijn moet lijden
erger dan het woordje au?

Of zou pijn, als energie
(even nog, analogie)
zich omzetten, niet in warmte,
maar bijvoorbeeld in een armte
erger dan het woordje au?

Of zou de pijn die wij verdrijven
in een àndere vorm hier blijven
lachloos, zangloos doen verstijven
onze pijn-dorstige lijven
hunkerend naar het woordje au?

dinsdag 12 maart 2013

Beheersing - Joke van Leeuwen


Beheersing
 

Iemand belt aan en noemt zich controleur

die kijken komt of alles het nog doet

hij vraagt niet of het goed is, want hij draagt

een uniform dat meepraat uit de knopen.
 

Onder de kussens vindt hij losse munten

onder de tafel een verborgen kind

onder het aanrecht vloeistof die kan doden

achter de ramen staat het uitzicht stil.
 

Hij trekt conclusies volgens een tabel

hij kent de codes, doet het punt voor punt

hij heeft een fraaie tas van runderleer

gel houdt het haar bijeen, de gulp staat open.

 

Joke van Leeuwen uit Half in de Zee

maandag 18 februari 2013

Er zijn van die mensen die

                                            
Er zijn van die mensen die bedrevener zijn in leven.
In en om hen heerst orde.
Voor alles hebben zij een manier en het juiste antwoord.
Zij raden onmiddellijk wie wie, wie met wie,
met welk doel en waarheen.
Stempelen unieke waarheden af,
gooien overbodige feiten in de versnipperaar.
en stoppen onbekende personen
in op voorhand voor hen bestemde ringbanden
Denken zoveel als de moeite waard is,
en geen ogenblik langer,
want achter dat ogenblik loert de twijfel.
En als ze uit hun bestaan worden ontslagen,
verlaten ze hun post
door de aangegeven deur.
Soms benijd ik hen
-gelukkig gaat dat ook weer over.
 
Wislawa Szymborska

donderdag 7 februari 2013

Winnende vertaling Gooise Poëzieprijs


Dode Musici

I

Van u uit, Beethoven, Bach en Mozart,

Ontvlamde de stof van mijn dromen.

U bouwde tempels in mijn hart,

Deed torenhoog verlangen komen.

U was het vuur en ’t lichtend pad

Van gedachten op weg naar gebeden.

U was de storm die woedde, het licht dat

Viel op verre riddersteden.

II

Grote namen, waar zijn jullie nou

In deze barre tijd van jeugd die streeft

Door doem heen naar vrede : ik draag in rouw

Een krans van bannelingen die zijn gesneefd.

Jullie hebben part noch deel aan jongens die vochten

En die aan mijn zijde leden en lachten.

De fuga’s en symfonieën die jullie wrochtten

brachten hen niet terug in mijn gedachten.

III

Want als mijn geest naar hen op zoek gaat,

Dan haal ik hen terug in de taal van de straat.

Met foxtrots verleid ik die schimmige heren.

“Nog zo een drankje zal ons niet deren”.

Ik denk aan ragtime, een vleugje ragtime;

En zie hun gezichten wervelen in ‟t rond

Op de klank van syncopische maten.

Ze hebben zoveel leuks te bepraten,

Thuis uit de hel met dank aan die handige wond…

En dan stopt het lied plots; en ik ben alleen.
 
Zij zijn dood … Geen grammofoon, in godsnaam, neen!

Hans Huismans - Blaricum

woensdag 30 januari 2013

O zoete onbereikbaarheid

O, zoete onbereikbaarheid

Als kind al bezat ik een zwak voor glinsterkwallen, keizerpinguïns: zwaar en ijl
maar zacht als paleizen stonden ze rechtop in water en ijs, als wachtkamers
op een uitkijk naar binnen – daarom wilde ik worden: koninginnen
eerst juliana, later de dame die full colour over haar heen kwam.
Deze, de mantelglanzende ging ik worden: beatrix leek haalbaar in die dagen
ik was vijf, deed mijn best haar geheim te kraken: ’s avonds stond ik in de tuin
sjieke liedjes te neuriën, overdag op de Dam wierp ik druiven naar landgenoten
ik struinde kermissen af, stalkte majorettes, tot ik tot mezelf kwam, opgaf.
Nu pas, vannacht – net nu ik groot, gelukkig en eenzaam was
nu stond zij daar, een schemer aan het hoofd van mijn dromende lichaam
en links van mij duikelde de zon en rechts begon zij rustig te stormen, oranje
daalde ze over me neer, met alle gloeitristesse die ze had, languit stamelend:
‘wij wilden een slagregen zijn voor onze geliefden, fluisterdauw uitspreiden
over de doden, de jaren alleen wilden wij breken met koele wintervuisten
groene duinen verflensen met zonlicht, kortom: wat mensen doen, wij wilden
kinderen, ouders, een man wilden wij, maar ze werden windstil rondom ons.’
Ze toonde mij hoe ze boog en het ging niet: ze werd heldere mist, kou minus hitte
knipte zich los – vannacht lig ik wakker, stuurloos als een wapperend lint.

Envoi:
u bent mooi majesteit, soeverein en mooi, nu het verdriet om u heen komt bloeien
u bent mijn eigen aangetaste moeder, diep in haar vermoedde ik uw ijs, uw water

Afgelopen maandag zijn veel tranen gelaten toen de koningin haar afscheid aankondigde. Ik keek er met verbazing naar. Maar toen gisteren De Dichter des Vaderlands in DWDD zijn gedicht voor DE Majesteit voordroeg, voelde ik een brok in mijn keel. Ik houd van mooie poëzie.

dinsdag 15 januari 2013



Het zwembad in

om daar mijn voeten

nat te maken

eruit om met die natte voeten

de tegels naast het zwembad

aan te raken

kijken hoe de tegeltenen

verdwijnen

in de zon.

Een foto die tevoorschijn komt

maar dan andersom.

In het bad

uit het bad

ik zong

een lied dat ik op school geleerd had.

‘Looft den heer want hij is goed’

en iets met goedertierenheid.

Tjitske Jansen



uit ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen

zondag 2 december 2012

Ik droomde dat ik langzaam leefde

TIJD

Ik droomde, dat ik langzaam leefde
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschrikkelijk: om mij heen
schoot alles op, schokte en beefde,
wat stil lijkt. ‘k Zag de drang waarmee
de bomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze hees en hortend zongen;
terwijl de jaargetijden vlogen
verkleurende als regenbogen…
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zoals een grote keel kan drinken.
En dag en nacht van korte duur,
vlammen en doven: flakkrend vuur.
De wanhoop en vanzelfsprekendheid
in de gebaren van de dingen
die anders star zijn, en hun dringen,
hun ademloze, wrede strijd…
Hoe kón ik dat niet eerder weten?
niet beter zien in vroeger tijd?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten?

M. Vasalis, uit Parken en Woestijnen. Uitgeverij van Oorschot 1940

dinsdag 17 juli 2012

Rutger Kopland: De vraag wie ze is

De vraag wie ze is


Intussen huist ze al zo lang in mijn hoofd
en al zo bijna overal - maar wie ze is

een zinloze vraag, je zoekt in je herinneringen
naar iets onvoorstelbaars, ik weet het, maar
ook zinloze vragen vragen een antwoord

eigenlijk is ze nog steeds die jonge vrouw
die ik ooit toevallig ergens tegenkwam
- maar wie ze is - in mijn hoofd
vind ik haar niet terug

er zijn momenten dat ik ineens weer weet
dat de mens eenzaam is, ook ik

en dat ik naar haar kijk en denk: zij daar
dat is ze, zo zichtbaar, zo sterfelijk

dinsdag 10 juli 2012

Alles blijft - Gerrit Komrij


Alles blijft

Daar stond een muur die ik heb aangeraakt.
De muur werd afgebroken. Van het puin
werd verderop een fundament gemaakt.
Ik plantte een fruitboom in mijn oude tuin.

Die werd geasfalteerd. Vijf meter diep
Houdt zich een wortelstronk nog grommend koest.
Vijf eeuwen lang desnoods. De Spaanse griep
Landt ooit op Mars omdat ik heb gehoest.

Er was een vriend aan wie ik heb geschreven,
Een rots waar ik mijn naam in heb gekerfd.
Je bent een deel van alles bij je leven
En alles blijft bestaan wanneer je sterft.

Uit: Alle gedichten tot gisteren (1999)